Links: zoek uw roots in Mexico
Dec 14th, 2009
Visited 449 times, 1 so far today by Redactie
Er was een tijd, decennia geleden, toen Wilders nog ver weg in Israël zat te kibboetsen en niemand wist waar Dubai lag, dat Latijns-Amerika ‘hot’ was. We schrijven de jaren Zeventig. Latijns-Amerika werd verscheurd door burgeroorlogen, militaire juntas gooiden hun verdoofde politieke tegenstanders boven zee uit het vliegtuig en stoere linkse rebellen met dikke baarden en nog dikkere sigaren spraken wereldwijd tot de verbeelding. De revolutie in Cuba, de strijd van de Sandinisten in Nicaragua, de Montoneros in Argentinië – heel Latijns-Amerika was één grote strijd van revolutionair tegen reactionair.
En toen ging het mis. Het moet begin jaren negentig zijn geweest, toen de Sovjet-Unie in elkaar was gevallen, Duitsland werd herenigd en de aandacht verschoof naar het Midden-Oosten. Links was plotseling niet populair meer en de bewegingen raakten hun aandacht en (vooral) hun geld kwijt. Gevolg: ze werden opgedoekt, corrupt, gemarginaliseerd of gingen de drugshandel in. Het FARC in Colombia werd een genadeloze moordmachine, Sandinistenleider Ortega een reactionaire president in Nicaragua en de Cubaanse revolutie kwijnt weg in armoede, corruptie en onderdrukking.
Eén beweging houdt de hoop van links Latijns-Amerika echter levend: het Ejercito Zapatista de Liberación Nacional (EZLN) of Zapatistenleger van Nationale Bevrijding, in de Mexicaanse deelstaat Chiapas. In 1994 bestormde deze indiaanse beweging de koloniale stad San Cristóbal de Las Casas, bezette honderden dorpjes en maakte haar eisen wereldkundig: een menswaardig bestaan voor de gemarginaliseerde indiaanse bevolking, landhervorming, een einde aan straffeloosheid en corruptie, erkenning van de unieke culturele identiteit van de straatarme Maya- en Tzotzil-bevolking van Chiapas. Hun leider was een eigentijdse Che Guevara: Subcomandante Marcos, mysterieus, charismatisch, gemaskerd. De t-shirt industrie voer er wel bij. In 1996 werd een akkoord gesloten met de Mexicaanse regering: autonomie en speciale rechten voor de indianen. Natuurlijk is daar niets van terechtgekomen.
Het is alweer jaren stil rondom de Zapatisten, maar ze zijn er nog steeds. Ze vechten alleen niet meer. Hun wapens van nu zijn propaganda en dialoog, al heeft ook dat geen enkel effect. Teleurgesteld over het gebrek aan goede wil van de Mexicaanse regering hebben ze zich teruggetrokken in hun dorpsgemeenschappen, waar ze hun programma stilletjes uitvoeren. Ze bouwen scholen en ziekenhuizen, hervormen land, doen aan democratische experimenten. En je kunt ze gewoon opzoeken (probeer dat maar eens bij het FARC in Colombia). Dan krijg je een keurige rondleiding, mag je alles bekijken, alle vragen stellen die je wil.
De Zapatisten, hoewel gemaskerd, zijn ontwapenend vriendelijk en goedlachs (al kan je die lach niet door de maskers zien). In het dorpje Oventic, de belangrijkste van de Zapatistencentra in Chiapas, heeft zich een goed georganiseerde commune gevormd. Er zijn er tientallen in de regio. De kwaliteit van het leven van de indianen in Tierra Zapatista is daadwerkelijk sterk verbeterd onder de rebellen. Wat vooral opvalt: je hoort er nauwelijks holle retoriek, er zijn geen salonsocialisten die de indiaantjes wel even politiek opvoeden. De Zapatisten zijn zelf indianen, simpele goedwillende mensen, meestal zonder veel opleiding, die zelf zijn opgestaan om er iets van te maken. Berichten over corruptie van de Zapatisten, over drugshandel of machtsmisbruik ontbreken.
Ze bestaan dus nog, de linkse bewegingen die oprecht en integer proberen hun programma uit te voeren. Die niet vervallen in corruptie en drugshandel of worden opgeslokt door de powers that be. Het EZLN biedt een sprankje hoop en inspiratie voor gebutst en stuurloos links. In plaats van de lege kreten over ‘solidariteit met de Palestijnse zaak’, en de blik steevast richting het Midden-Oosten te richten, is het misschien een aardig idee om dit vergeten hoekje van de wereld weer eens te bekijken. Opdat de linksisten in deze wereld zich weer eventjes kunnen herinneren waar ze ook alweer voor staan.
Voor alle duidelijkheid: de auteur is niet links.
Was geschreven door Jan-Albert Hootsen, freelance journalist in Mexico. En in die hoedanigheid bereid om zo af en toe een stukje op deze site te posten. Meer teksten van zijn hand vind je hier.


Ik vond die film met Marlon Brando in de hoofdrol wel goed.
Moet @jayhootsens naam niet al boven vermeld worden?
Goed stuk, je hoort inderdaad weinig uit Z-Amerika. Inmiddels wordt op het continent door het MiddenOosten ook “ontwikkelingshulp” gegeven.
Zit de boel as we speak in redactie te veranderen.
Ik ben wél links. En zodra ik mijn blik op Zuid-Amerika richt, word ik met Chávez om de oren geslagen (en terecht). Ik geloof dat het voor iedereen, behalve voor de meest radicale types, beter is als links zich concentreert op Europa. Je weet in verre vreemde landen nooit met wie je nu eigenlijk zaken doet. Kijk maar naar Saddam Hoessein, voorheen de Amerikanenvriend.
Och het zijn altijd de extremen die elkaar in de haren vliegen. In het centrum vrijen links en rechts al jaren samen.
Iedere keer als ergens aandacht voor een zuid-amerikaans probleem wordt gevraagd begint men in nl. spastisch naar Cuba en Columbia te wijzen, lacht zich rot om Chavez, spreekt schande over fout gevallen ontwikkelingshulp, kent alleen Romario of de Falklandoorlog en stort zich weer wellustig op de eerst langskomende hoofddoek.
De mayas zijn niet voor niets een “vergeten” beschaving.
Rob Says:
december 14th, 2009 at 14:16
Ergens heb je nog gelijk ook.
En zou ik het zomaar van je aan willen nemen.
Echter, nu ik weet dat je van het negroide ras bent zeg ik: gelul!